Wederopbouw

Nadat in Nederland vrijwel alle vakcentrales, beroepsverenigingen en vakbonden (waarvoor tijdens de bezetting geen plaats meer was) waren ‘herrezen’, werden ze in hun natuurlijke taken en activiteiten belemmerd. Dat gebeurde in verband met het herstel en de wederopbouw van het door oorlog geteisterde land.

Restauratie van de St. Stevenkerk, 1951
Restauratie van de St. Stevenskerk, 1951

De oorlog was voorbij en Nijmegen lag voor een groot gedeelte in puin. De oorlog had grote sporen nagelaten. Eerst was daar het bombardement van de geallieerden van 22 februari 1944 dat een groot gedeelte van de historische binnenstad in puin legde. Zeven maanden later werd Nijmegen, na de mislukking van Market Garden frontstad. Tot Operatie Veritable, in februari 1945, werd de stad regelmatig door de Duitsers beschoten.

Tussen 1944 en 1947 kwam het wederopbouwplan tot stand waarbij diverse ontwerpers betrokken waren. Het was niet eenvoudig om uit de diverse voorstellen iets te maken wat recht zou doen aan de toekomst en aan het verleden, rekening houdend met het gebrek aan financiën en bouwmaterialen. Huizen, winkels, kerken en bioscopen waren verwoest. Door de nieuwbouw van woningen versmolten Brakkenstein, Hatert en Neerbosch-Oost in ijltempo met de grote stad. Voor industriële bedrijven was in de binnenstad geen plaats meer.

Bouw van een flatgebouw in het centrum
FLATGEBOUW IN AANBOUW TUSSEN DE HOUTSTRAAT EN DE DODDENDAAL, 1950 – Foto: RAN

Voor de wederopbouw wordt meestal de periode 1945-1965 aangehouden. De regering stelde zich ten doel om de werkeloosheid uit te bannen en zij kreeg ook de zeggenschap over de lonen, de zogenaamde Geleide Loonpolitiek. Dit hield in dat de overheid bepaalde wat de loonstijging mocht zijn na de vakbonden gehoord te hebben. Deze werd een groot succes voor de overheid. Door de lage lonen hadden de bedrijven een goede concurrentiepositie ten opzichte van het buitenland. De rol van de vakbeweging was sterk beperkt.

Over de geschiedenis van de vakbeweging in Nijmegen en omgeving