Economische crisis

Tijdens de crisis in de jaren dertig van de vorige eeuw werden de vakbonden weer actief. In november 1930 dienden zij samen met de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP) een verzoek in aan Burgemeester & Wethouders (B&W) van Nijmegen om de sociale uitkeringen te verhogen, de werkverschaffingsprojecten uit te breiden en de werkverschaffingslonen te verhogen. Soms waren deze lonen zelfs lager dan de uitkeringen.

Arbeiders op de boog van de Waalbrug, 1935
DE BOUW VAN DE WAALBRUG, 1935 Foto: J.F.M. Trum

DE RIJKSSTEUNREGELING

De sterk stijgende werkloosheid in Nijmegen betekende dat de kosten van de steunverlening steeds zwaarder op het gemeentelijke budget drukten. Dit leidde ertoe dat in augustus 1931 B&W voorstelden met de gemeente toe te treden tot de zogenaamde Rijkssteunregeling. De SDAP was fel tegen, omdat aansluiting betekende dat de uitkeringen verlaagd werden. Ouderen zouden onder de Armenzorg vallen en werkenden moesten onder slechte omstandigheden voor weinig geld arbeid verrichten. De protesten haalden niets uit; de raad besloot in te stemmen met het voorstel. Dat georganiseerden minder steun zouden ontvangen dan ongeorganiseerden bleef even vreemd als onverklaarbaar. Een ander gevolg van de Rijkssteunregeling was de daarmee gepaard gaande Rijkswerkverschaffing.

DE VAKBEWEGING EN DE WERKVERSCHAFFING

Arbeiders aan het werk in de Goffert, 1937
ARBEIDERS AAN HET WERK IN DE GOFFERT, 1937 Foto: RAN

De Rijkssteunregeling had grote gevolgen voor de tewerkstelling van de werklozen. Zo kon de minister van Sociale Zaken gemeenten als Nijmegen dwingen om werklozen naar de Centrale Werkverschaffingsprojecten elders in het land – dus ver van huis – te sturen. In mei 1932 vertrok een aantal Nijmeegse werklozen naar een project in het Overijsselse Enter. Bij aankomst werd een van de gevolgen van de regeling al meteen duidelijk: zij werden verplicht om werkkleding zelf te betalen. Het kostte de bonden aanvankelijk de grootste moeite om de in mei 1932 uitgebroken wilde staking in toom te houden. Lukte dat de eerste keer nog wel, bij de volgende staking, een maand later, verloren zij de greep op hun leden. De werklozen keerden terug naar Nijmegen en de stakers namen daar nu zelf het heft in handen. Maar hun acties hadden grote, vooral financiële gevolgen, zoals korting op hun uitkering en huisuitzetting. Het bekendste werkverschaffingsproject in Nijmegen was de aanleg van de Goffert en het Goffertstadion, die in de volksmond als ‘de bloedkuul’ bekend stond.

Over de geschiedenis van de vakbeweging in Nijmegen en omgeving